Complexe Eenvoud

“What’s wrong with a global community that consists of nothing but grass, gazelles and lions? Or a global community that consists of nothing but rice and humans?” I gazed into space for a while. “I’d have to think that a community like that would be ecologically fragile. It would be highly vulnerable. Any change at all in existing conditions, and the whole thing would collapse”

Daniel Quinn – Ishmael

Het leven, en zodus de natuur, streeft steeds naar een maximaal mogelijke complexiteit. De complexiteit is een netwerk dat het algemene weerstandsvermogen verhoogd. Dit is zowel zichtbaar in de diepte (de tijd) alsook in de hoogte (gelaagdheid).

Een gezond ecosysteem bestaat uit een groot aantal plantensoorten, die samenwerken om hun overlevingskans te vergroten. Een net ontgonnen terrein wordt eerst bezet door snel groeiende (on)kruiden die ervoor zorgen dat de bodem zo snel mogelijk bedekt is. Daarna komen de kleinere planten en struiken in afwachting tot bomen zich kunnen vestigen. In de natuur is het bos het eindpunt, waarnaar (bijna) alles streeft. Dit is de tijdsdimensie.

De gelaagdheid ontstaat uit plantengroepen die samen een 3 dimensioneel model vormen. Kruiden, bloemen, struiken, heesters, kleine bomen, grote bomen, knolgewassen, klimplanten vormen een landschappelijk reliëf dat optimaal gebruik maakt van de beschikbare bronnen (plaats, licht, bodem etc). Dit in sterk contrast met de monocultuur, waarbij onder sterk gecontroleerde vorm één plantensoort (meestal éénjarig) wordt geteeld op de blote grond. De weerstand bij zo een systeem is de laagst mogelijke.

Zo kom ik terug bij mijn beginzin. Men kan stellen dat ook het leven streeft naar een maximale complexiteit. Hierbij is het niet nodig om alle processen te begrijpen die de wereld doen draaien. Juist in onze queeste naar absolute controle over het bestaan verliezen we uit het oog dat onze definities en wetten slechts pogingen zijn om grip te krijgen op de wereld. Dat onze pogingen meestal falen, dat lijken we collectief te negeren. (zie ook Frank-Fraser Darling en Daniel Quinn’s Ishamel)

De aarde en haar natuur vertonen een haast naïeve eenvoud. De natuur streeft echter altijd naar het best mogelijke, complexe systeem. Dit is de reden dat haar herstelkracht zo groot is. De natuur is met andere woorden perfect zoals ze is (zie Fukuoka). Het zijn slechts onze banale pogingen om haar te controleren die haar ontwrichten. De acceptatie dat wij een deel zijn van de natuur en er niet van los staan is het vertrekpunt van een geïntegreerde aanpak tot het herstel van de aarde en aldus ook van onszelf. Of beter gezegd: het leven in eenvoud, de afwezigheid van geforceerde actie; de ware vrijheid ligt in de keuze om minder te doen. Dit feit is één van de voornaamste begin-principes voor het ontwerpen van een duurzame levensstijl; een systeem nauw verbonden aan de permacultuur. Dit is de complexe eenvoud.

 

“Today is already the tomorrow which the bad economist yesterday urged us to ignore”

Henry Hazlitt – Economics In One Lesson

Het is een noodzaak om een economische visie te ontwikkelen die leunt aan de inzichten en principes van de permacultuur. Ook hier is het ontwerp er één van veelzijdigheid. Resistentie ontstaat door een combinatie van veel factoren. De eenvoud ligt wederom in een reële complexiteit. Dit wil zeggen dat we onze financiële weerstand kunnen verhogen door te diversifiëren.

De basis van dit ontwerp ligt in de gelaagdheid, die de ware aard van de natuur is. Het financiële model is zodus een weerspiegeling van de principes van de natuur. Net zoals planten gildes vormen die elkaar ondersteunen (stikstoffixerende planten als natuurlijke groenbemesters, aromatische planten als ziektebestrijders, netwerken van mycorrhiza als voedsel verdelers etc) vormen ook diverse inkomstenbronnen gildes die op elkaar inwerken. En net zoals in de verbindingen in de natuur is elk element desondanks onafhankelijk van een ander. Dit wil zeggen dat de keten niet instort als er één element kapot gaat. De ketting is zo dus eerder een spinneweb dan een rechtstreekse aaneenschakeling van verbindingen.

Voedsel uit eigen tuin is zo een vorm van inkomen. De vaardigheid om objecten te maken en te repareren (i.p.v. weg te smijten) is een vorm van inkomen. Minder consumeren (en dus meer sparen) is een (onrechtstreekse) vorm van inkomen. Een job is een vorm van inkomen. Investeringen (in verschillende gedaantes) vormen een aparte categorie die hoog gediversifieerd kunnen worden. Het gaat hier om investeringen die op lange termijn renderen en dus duurzaam zijn (o.a. de zogenaamde ‘permanent portfolio’ beschreven door Harry Browne).

Voor de permantente investeerder staat die duuzaamheid (naast de gelaagdheid) centraal. We kijken naar de lange termijn en naar de impact van onze keuzes op het geheel en niet enkel onszelf. Of in de woorden van Hazlitt:

“The art of economics consists in looking not merly at the immediate but at the longer effects of any act or policy; it consists in tracing the consequences of that policey not merly for one group but for all groups… (but) the ‘new’ economists… overlook the woods in their precise and minute examination of particular trees.”

“Sometimes when one is drunk with this earth, one’s spirit seems so light that he thinks he is in heaven. But actually he seldom rises six feet above the ground.”

Lin YuTang – The Importance of Living